wpd04ded7b.png
wpee23060e.png






wp3d13ca65.png
Kapoenen
Kabouters en Welpen
Jonggidsen en Jongverkenners
Givers
Jins
wpa64674c2.png
wpd0fef707.png
wp13d5cf9a.png
wp7849e6cd.png
wp8ce12507.png
wp7849e6cd.png
wp2adc9840.png
Kabouters en Welpen
wpf2b70098.png
Wie tussen 8 en 11 jaar is, kan meespelen bij de kabouters of welpen. Het is typisch voor welpen en kabouters dat ze zelf dingen leren doen. Ze krijgen ruimte en kansen om dingen uit te proberen en van elkaar te leren. De werking wordt ingekleed met verhalen en fantasie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het Jungleboek (vandaar de welpen) en Kalisandra (het kabouterverhaal). Zo komt het dat vaste kleine groepen "nesten" of "volkjes" genoemd worden.

Kabouters en Welpen zijn sterk op zichzelf gericht, maar gaan stilaan op verkenning in hun omgeving en zoeken daarbij de grenzen van zichzelf en de mensen rondom hen. Kabouters/Welpen hebben een neus voor kattekwaad. Ze proberen nieuwe dingen uit met wie hun pad kruist. Spel, avontuur, actie, afwisseling, fantasie zijn belangrijk. Kabouters/Welpen willen spanning, geboeid zijn. De ene keer zorgen ze zelf voor de spanning, de andere keer wachten ze af.

Kabouters en welpen zoeken een uitweg uit de spanning tussen afhankelijkheid en zelfstandigheid. Daar hebben ze een behoorlijk arsenaal aan gedragingen voor. Nu eens imiteren ze, dan weer gaan ze over tot pesterijen en nog een andere keer vormen ze een geheim genootschap met speciale regels en wachtwoorden.

Dikwijls groeit een eerst ‘imago’. Ze nemen een bepaalde rol op tegenover ouders, leeftijdsgenoten, onderwijzers, leiding. De ernstige, de clown, het haantje-de-voorste, de plaaggeest, de brave… Op crisismomenten durft het masker plots breken. Ze geven zich dan helemaal bloot. Kabouters en welpen vinden gevoelens en het uiten ervan belangrijk.